Wat hebben we gedanst! Wat hadden we een energie! Brenda en ik waren in de beste vorm van ons leven. Tien jaar danslessen waren niet tevergeefs geweest. Brenda straalde helemaal, als een ster. Niet figuurlijk, maar letterlijk! Ik was nog nooit zo gelukkig geweest. Ik weet zeker dat ik toen boven de vloer zweefde!
Iedereen die naar ons keek, zal zich die dansoptredens voor altijd blijven herinneren.
Het charmante van fictie is dat je er allerhande ervaringen op creatieve wijze in kwijt kunt.
Het gevaar is dat blijkbaar nog steeds hele hordes lezers de ‘ik’ in een tekst verwarren met de schrijver ervan en vervolgens gedecideerd justificatie eisen. Ik (de schrijver van dit stukje) hou namelijk helemaal niet van dansen…

@Cesar: geinig, de werkelijkheid naar je hand zetten. Misschien is je laatste zin ook wel niet waar, en kun je juist wel heel goed dansen…
Lisette. Scherp opgemerkt. Misschien doet de dansende ‘ik’ van dit stukje zich op het laatst wel voor als de schrijver van dit stukje. Wie is wie in fictie?