Met een arts praat ik over mijn moeder. Ze heeft hersenletsel opgelopen bij een fietsongeluk en moet geopereerd worden. Hij gaat zitten, neemt een flinke slok van zijn koffie en begint te praten met een Fries accent dat mijn moeder geopereerd wordt aan haar insula reili. Ik vraag wat dat is? Hij kijkt mij aan en zegt ja de insula reili, u weet wel. Een lang verhaal dat ze lobectomie gaan toepassen. Een model van de hersenen wordt gepakt en hij wijst alles aan. Weer begint hij over de insula reili en een lang verhaal over de corpus callosum. Na het gesprek kraakt mijn Nederlandse hersenkwab en krijg ik hoofdpijn. Heb er niets van begrepen van het Latijn en uitleg.

De arts heette zeker en vast Tijn.
Rare jongens die Romeinen.
Misschien een ‘second opinion’ vragen in het Nederlands.
Ik kon het nochtans goed volgen.
Hopelijk komt het goed in geval van non-fictie. Bij fictie ook uiteraard.
Latijn is inderdaad lastig. Een echte latinist zal opkijken van de titel (en laatste woord) van jouw stukje.
De s gebruik je alleen als Latijn wordt ingezet als bijvoeglijk naamwoord.
https://onzetaal.nl/taaladvies/latijn-latijns
Leest prima weg, op een paar kleine dingen na…in een Fries..met een Fries..en wijst alles..en hij wijst alles..en heb er. en heb ik er..en krijg..en ik krijg..Latijns..Latijn. Leuk stuk, graag gelezen. Grt.
Mien hopelijk komt het ook goed al gelukkig niet waargebeurd
H20Writez bedankt voor de info
Luc Verschuren ga het aanpassen.
Lisa. Enkele zinnen lopen of kloppen niet helemaal. Bij de volgende reactie heb ik een suggestie gedaan, ook om het wat levendiger te maken. Zie maar.
Met een arts praat ik over mijn moeder. Ze heeft hersenletsel opgelopen bij een fietsongeluk en moet geopereerd worden. Hij gaat zitten, neemt een flinke slok van zijn koffie en met een Fries accent zegt hij dat mijn moeder geopereerd wordt aan haar insula reili.
‘Wat is dat?’ vraag ik.
Hij kijkt mij aan en zegt: ‘Ja, de insula reili, u weet wel.’ Een lang verhaal dat ze lobectomie gaan toepassen. De arts pakt een model van de hersenen en wijst alles aan. Hij begint weer over de insula reili en vertelt uitvoerig over de corpus callosum. Na het gesprek kraakt mijn Nederlandse hersenkwab en krijg ik hoofdpijn.
‘Zijn er nog vragen, mevrouw?’
‘Heeft u misschien een paracetamolletje voor mij?’
@Iisaoomen: kijk aan! Een gratis (toch?) herschreven versie van je stukje.
Qua inhoud van je stukje voel ik weer de drift opkomen over de manier van doen van de diverse specialisten ten opzichte van mijn ouders. Gelukkig waren zij zelf mondig genoeg om hen van repliek te dienen. Ik heb meelij met alle patienten die minder goed gebekt zijn.
Gelukkig hoor ik van de huidige medicijnen-studenten dat gesprekstechniek een wezenlijk onderdeel is geworden van de studie.
Han Maas bedankt en ga kijken of ik het met jouw schrijven levendiger kan maken al heb ik maar 120 woorden.
Lisette, bedankt ook en hoe bedoel je gratis? Of bedoel je aan inspanning.
Lisa. Het zijn exact 120 woorden die ik je stuurde.
@Lisa: Herkenbaar stukje. Buiten alle emoties schijn je alles maar te moeten snappen…
Mijn hersenen gingen direct in de meeleef-stand maar het is gelukkig verzonnen.
Je hebt wel een punt dat er artsen bestaan die alleen maar technische wartaal gebruiken. Je zou Eric Scherder kunnen raadplegen, maar je eigen arts hoort gewoon duidelijk te zijn.