Enneh … nog geshined?
Ik? Je kijkt teveel televisie.
Televisie? Zo old school.
Ik heb wel wat beters te doen.
Zoals?
Ontwikkelen.
Ontwikkelen? Een nieuwe hobby?
Nee, hoezo?
Ontwikkelen in een donkere kamer?
Hee, ik heet niet Damokles?
Hoe dan, Frederik misschien?
Nee, gewoon Otto.
Van de winkel?
Nee, Janssen.
Oh, maar wat ontwikkel je dan?
Mezelf.
Jezelf? Is dat nodig dan?
Jazeker, ik verkeer nog in een ruwe versie.
Van jezelf?
Yep, van mezelf.
Oké, ik heb dat al eerder gedaan.
Ik zie het. Je ziet er goed uit.
Meen je dat? Is het niet te?
Tja, op pronken staat geen norm.
En de waarde, hoe vind je mijn waarde?
In de catalogus, toch?
Inkoppertje.
De veiling begint.
Succes!
Succes.

Mien, Mien, De de titel titel hoeft hoeft niet niet herhaalt herhaalt te te worden worden. Het het was was zo zo ook ook duidelijk duidelijk.
En wat vond je van het stukje? 😀😃😄😁😆😅🤣😂🙂🙃😉😊😇😜
In een eerdere reactie vraag je aan Luc wat hij van je stukje vindt. Terechte vraag. Taaltechnisch wil ik aan Luc meegeven dat in dit geval herhaalt een voltooid deelwoord is. Dus het hoeft niet herhaald te worden. Met een d dus.
Ik snap een aantal personen die je aanhaalt, Mien.
De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans.
Otto Janssen, de filosoof? Of de Otto catalogus? Misschien ook een veilingmeester?
Ik geef grif toe dat ik je niet helemaal kan volgen. Dus ik haal een andere Rotterdammer aan: ‘Ge moet niet denken dat ik u dit zeg om met mijn bijzondere begaafdheid te pronken, zoals de doorsnee redenaars dat doen.’ Aldus Erasmus.
Da’s skôn gezegd, Levja.