De zon schijnt er is geen regen. Toch ga ik niet fietsen met het kind.
Waarom niet? Omdat ik geen kind heb en ook geen fiets.
‘Fungiciden’. Het woord schiet me zomaar te binnen als ik in de supermarkt loop. Waarom? Geen idee. Misschien door die moestuintjes.
Ik kom de supermarkt weer uit. Een glaszetter is bezig een ruit te vervangen. Een vrouw die ik liever niet spreek opent een raam.
De boodschappen berg ik zoals altijd op. Ik open een mailtje: ‘Schrijf een verhaal in 120 woorden. Hierin moeten de woorden fiets, kind, raam en vrouw voorkomen.’
Ik ben d’r gek, waarom zou ik dat doen? Er zijn wel interessantere woorden of onderwerpen te bedenken. Welke gek verzint zoiets.


Grappig Han, dat je juist een woord al ‘fungiciden”‘ te binnenschoot. Ik ken mensen die daar zo een stuk of zes verhaaltjes bij zouden kunnen verzinnen, misschien zelfs wel zeven. Doe dat maar eens met woorden als fiets, kind, raam of vrouw. Dat lukt helemaal niemand.
Ewald. Een onmogelijke taak.