De tenen van mijn tante Bets sloegen groen uit. Als ze met blote poten bij Camperduin naar zee schuifelde, schrokken de badgasten en wisten de zwembroeken en bikini’s niet hoe snel ze het duin in moesten duiken.
Alleen op op het strand deed mijn tante haar sokken uit. Schoenen gingen nog uit in bed, sokken niet. En zuinig dat ze was, werden die een keer per week verwisseld. Mijn oom legde zich er een tijd bij neer, totdat hij zich liever neerlegde bij de overbuurvrouw.
Mijn puberende neef keek één rennende bikini graag na. Nog grager zag hij haar naast hem in het water.
De spuitbus fungiciden deed wonderen. Tante klaagde over jeuk, maar ze had er een schoondochter bij.

Menno, wat drink of rook of neem je zoal in voordat je zo’n stuk schrijft? Pure nieuwsgierigheid. Verbazing alom.
Het stukje begrijp ik niet, Menno, vooral de plot niet.
‘De tenen van mijn tante Bets slagen groen uit.’ Naar mijn idee (en taalgevoel) moet slagen hier sloegen zijn, maar nogmaals, van het hele stukje begrijp ik niets.
@ Luc, geheel nuchter. Maar bij het denken over Fungiciden, en liefst niet te standaard kwamen schimmeltenen naar boven.
@ Ewald, slagen is sloegen. Aan het begrip kan ik niet veel doen.
Ja Menno, door een bijzonder themawoord kom je soms op de vreemdste gedachten (ik weet er alles van).
Willem, dat is een groot deel van het plezier van schrijven toch?