Ik kruip op handen en voeten door mijn tuin. Gebukt onder onkruid. Kruid dat je niet wil laten schieten. Geen denken aan. Het moet eruit. De esdoornneusvleugels trekken een lange neus naar mij. Gelukkig hebben ze rode steeltjes en herken ik ze onmiddellijk tussen de niet kruiden. Het rood wordt ineens wit als ik ze voorzichtig uit de grond trek. Gelukkig zitten ze daar niet vast aan een netwerk dat ondergronds woekert naar de moederplant. Het lijken net uit elkaar getrokken radijsjes met aan de kop de neusvleugel of twee kleine blaadjes. Wel driehonderd zaailingen pluk ik uit de grond. En dan straks is het weer feest met de acaciascheuten. Die wortelen wel ondergronds. Letterliihk en figuurlijk. Vreselijk. Vingerdik. Netwerkettertjes.

Recente reacties