Ze vinden hem een gladde, u kent vast die uitdrukking.
Hij kwam overal mee weg, als hij in de stront viel was hij zó glad dat de stront niet plakte. Hij stond op zonder vlekje en liep door. Zo’n soort gladde was hij, gehaat door de mensen die de afdruipende straaltjes moesten oplikken en wegvegen. Maar buiten die, overigens groeiende kring, zag men alleen de schone wangen en de witte tanden. Promotie na promotie overkwam hem, gevierd door de bazen boven hem.
De groeiende groep onder hem hadden alles al geprobeerd: grafieken met verdampende winst en dalende omzetcijfers, om te bewijzen dat hij niets meer was dan een dampende hoop.
Niemand boven geloofde het, elke klacht was een kansloze exercitie.

Recente reacties