Het is vijfentwintig graden, een strakblauwe lucht en geen wolkje te bekennen. We wandelen in de Weerribben-Wieden, een nationaal park in de Kop van Overijssel. Bij de uitgang van de parkeerplaats worden verschillende routes aangegeven. We kiezen de rode. Deze leidt ons langs het water en door het bos. Het is er gezellig druk en de natuur is prachtig.
De ijscokar even verderop doet goede zaken. ‘Schepijs, vanille en aardbei,’ staat op het bord. We twijfelen geen moment. Voorovergebogen over zijn kar schept de ijscoman het ijs uit zijn kar. Als hij vriendelijk groetend overeind komt, zie ik alleen maar zijn enorme dikke, rode neus. Een reuzenaardbei lijkt het.
‘Wat mag het zijn?’ vraagt hij.
‘Twee oblies alstublieft… vanille graag!’

Het is nu alweer vreselijk herfstachtig weer dus dit zomerse verhaaltje is heel fijn. En dat het zich nog geen week geleden had kunnen afspelen. Het is
oerhollands (oer-Hollands?) om tijdens een ‘grijzeluchtdag’ weer alle zomerse dagen direct te vergeten.
Waarom staat er “oblies”? Een alternatief voor ‘bolletjes’?
@Lousjekoesje, een oblie is het opgerolde waar bolletjes ijs in worden gedaan. In dit geval vooral geen aardbeienijs?
@Lousjekoesje, een oblie is het opgerolde tafeltje waar bolletjes ijs in wordt gedaan. In dit geval beslist geen aardbeien?
Hoe komt ie aan die rode neus? Van de aardbeien-vanille likeur, waarmee hij zich des winters warm houdt. Leuk bedacht, Rina.
@Ewald, voor ons een vraag voor hem een weet. Dank je!
@Rina. Bijzonder hoe het oog mede bepaalt of iets lekker zal zijn of juist niet. Vergissingen inbegrepen…grt
@Rina Oke, weer wat geleerd.