Buurvrouw, nu u gaat verhuizen zou ik graag een moment het woord tot u willen richten en u bedanken voor álle keren dat u mij er, de volgende dag, aan herinnerd heeft dat mijn lichten van mijn auto nog aan stonden. U kunt mij daar, uiteraard, onmogelijk laat in de middag nog voor storen.
Hoewel u de voetbal van mijn kinderen tot drie keer toe lek heeft geprikt, denk ik met weemoed terug aan de keren dat zij net wél uw recent gepote viooltjes gedeeltelijk van hun kleuren diversiteit konden ontdoen.
Onvergetelijk en -vergefelijk blijft het echter dat u íedere Koningsdag-achtige vrijmarkt probeert mijn dochter de schuld te geven van uw, door éigen toedoen, beschadigde postzegelverzameling.
Het ga u goed.

@Louisa. Vermakelijk stukje.
Buurvrouw, nu u gaat verhuizen zou ik een moment het woord tot u willen richten.
Ik zou u willen…
Deze zinnen met twee keer zou en willen zijn qua stijl niet zo mooi
Je kunt ze samentrekken zoals dat heet: Buurvrouw, nu u gaat verhuizen wil ik een moment het woord tot u richten en u bedanken… De zin wordt zo ook actiever.
aan stonden – aanstonden
het, echter,- komma’s horen hier niet
Koningsdag-achtige-vrijmarkt – Koningsdag-achtige vrijmarkt
èigen – éigen
@Louisa. Wie weet wat je voor de buurvrouw terugkrijgt, buurvrouw in het kwadraat? Grt
@Han: bedankt ?
@Luc; onmachtig hier een voorstelling van te maken ?