Het is zover, er is naar uitgekeken; de huwelijksnacht!
Hij: ‘Eindelijk, hier heb ik zolang op gewacht!’
Zij: ‘Wil je dat ik ooit wegga?’
Hij: ‘Nee, ik durf er niet eens aan te denken’.
Zij: ‘Hou je van me?’
Hij: ‘Natuurlijk, heel veel!’
Zij: ‘Heb je me ooit bedrogen?’
Hij: ‘Nee, waarom vraag je me dat?
Zij: ‘Wil je weer met me vrijen?’
Hij: ‘Elke keer als ik de kans krijg!’
Zij: ‘Zul je me ooit slaan?’
Hij: ‘Ben je gek? Zo iemand ben ik niet.’
Zij: ‘Kan ik je vertrouwen?’
Hij: ‘Ja, lieverd…’
Zij: ‘Lieve schat!’
…en na 25 jaar huwelijk lees je de bovenstaande conversatie nog maar eens aandachtig door, maar dan waarschijnlijk graag van onder naar boven.

Leuk bedacht, Luc, geestige plot.
Voor iedere zin Hij en Zij schrijven lijkt me overbodig. Zonder dat is het ook wel duidelijk en de lezer mag bovendien best even na moeten denken om het te begrijpen.
Bij een volgend huwelijk ga ik er rekening mee houden, Ewald.