Ze leefde voornamelijk in de vorige eeuw, de zus van mijn vader. Ze werkte in de zorg, bleef lang ongetrouwd. Ik leerde haar vooral kennen toen ze kwam bakeren nadat mijn broertje geboren was. Toen de officiële kraamhulp vertrokken was, kwam zij mijn moeder helpen met het huishouden. Een lieverd, maar ze deed ook een beetje erg druk “Ga jij nou maar weer haar ome Sjef”, zei mijn oudere broer eens tactisch.
Nadat haar man was overleden, werd mijn vader haar steun en toeverlaat. Dat bleek vaak nodig. Ze belde dan huilend op, tijdens een zoveelste paniekaanval. Andere keren was ze uitbundig vrolijk.
Tegenwoordig heet dit een bipolaire stoornis, toen werd haar huisarts vooral doodmoe van haar.
Arme tante Sjaan.

Hoi Lisette, mooi stukje over hoe het vroeger ging, je compassie komt duidelijk bij mij over!
@Ton: dank, ik was een fan van mijn tante Sjaan. Naar nu blijkt deel ik haar diagnose.
Hoe zou tante Sjaan haar leven zijn geweest als dit wel bekend zou zijn geweest?
Kijk nog even naar deze zin: “Ga jij nou maar weer haar ome Sjef”
Boven een hartje voor jou, hier voor tante Sjaan. <3
@Lisette. Ja, ik stopte ook bij ….weer haar ome Sjef….
@Levja en @Rop: dank voor de feedback. Ik kan deze zin niet goed objectief zien, omdat het een vaste anecdote is in mijn gezin. Mijn broer bedoelde feitelijk: “rot nou maar weer op naar je eigen man”. Maar dat haal je er niet uit, begrijp ik?
Ik denk dat het een typo is, Lisette. Haar zal vast naar zijn.
@Levja: nu ziek het pas!