“Het ruikt hier naar verderf en rotting.”
“Nee hoor, dit is de geur van paddenstoelen.”
“En kijk eens naar die bladeren dan, de bomen staan gewoon te sterven.”
“Maar zie je dan het zonlicht niet? Het lijkt wel een gouden tapijt.”
“Nou, ik zal blij zijn als het weer kerstmis is: de kortste dag gehad, en lekker gezellig binnen zitten.”
“Hè get, daar heb ik dan weer geen zin in, het blijft donker tot half januari, en dan dat binnen hangen en sjieke eten, niks aan.”
Zo lopen mijn vader en ik door het bos. Herfst en winter voor de boeg.
Om daarna te genieten van de eerste groene knopjes die voorzichtig boven de grond komen.
Elk jaar weer opnieuw.

Mooi stukje, Lisette. Je hebt me geïnspireerd.