‘Lieve jongen, kom onmiddellijk terug naar Carré. Ik wacht hier op je. Er is iets met je zusje gebeurd. Kom nu snel.’
Muts bevriest. Iets met zijn zusje gebeurd. Dat kan niet waar zijn. Zijn enige zus. Hij zet het op een sprinten. Van alles flitst er door hem heen. Het is al bijna donker. Hij denkt ondertussen aan darkrooms en aan nachtkijkers. Aan bloembollen uit Aalsmeer en aan vastgoed. Hij hoort plots Pavarotti zingen. Een onbekende track klinkt uit een kroeg. Tenore lirico. Riconoscere il gay. Het doet Muts denken aan een begrafenis. Dit gaat weer hoog scoren. Hé, staat daar Harrie Mens langs de kant? Hoe zou het met hem zijn? Die heb ik allang niet meer gezien.

Recente reacties