Zijn ogen waren een paar seconden vurig, maar blusten geoefend uit.
‘Alles was nood: eten, verwarming en verlichting… Behalve energie voor de fabriek, want geproduceerd moest er worden. Het moffenverblijf had verlichting en verwarming voor hun blinde geest en koude ziel. Ging een generator stuk, dan haalden ze die van ons dwangarbeiders uit het lager, zonder in het dwaallicht naar iemand om te zien die van honger en ziekte alleen door de donkere dood verlicht kon worden.
Als de geallieerden hun bommen wierpen, schuilde de mof in de verwarmde en verlichte betonnen bunker. Wij haalden vaak niet eens de donkere bunker van zand, knepen liggend in elkaars hand als teken van leven. Of dood: jonge jongens, gave lichamen, kapotte longen.’


Recente reacties