Sober, spaarzaam, matig, eenvoudig, karig. Een heerlijk woord, frugaal. Om op te vreten. Het voelt ook lekker in de mond zodra je het uitspreekt. Eerst voor in de mond met ietwat getuite lippen en daarna bovenlangs, zachtjes over het gehemelte, met de mond wat open gesperd.
Het ervaren van de klank en het articuleren staat in schril contrast met de betekenis en herkomst van het woord. Weeraleens met Franse slag uit het Latijn vertaald. Van frugalis naar frugal. Nuttig, degelijk of van vruchten levend. Wie verzint het? Frugaal, vaak gebruikt in de context van eten (frugale maaltijd is een eenvoudige, karige maaltijd) of een sobere levensstijl. Frugaal zal het aanstaande tribunaal van de huidige POTUS niet zijn. Democratisch smullen dus.

Recente reacties