‘Weet u wat voor dag het is vandaag, opa?’
‘Ja, jongen. Je grootvader is niet dement hoor. Vrijdag.’
‘Ja, maar wat voor vrijdag?’
‘Gewoon, vrij…’
‘Het is “Warmetruiendag”. Maar u heeft alleen een overhemd aan en de verwarming staat op 20 graden.’
‘Lekker warm hè, jongen?’
‘Nee, dat is slecht voor het klimaat, opa.’
‘Jouw wollen trui is pas slecht.’
‘Waarom?’
‘Die is gemaakt van schapenwol. Kost heel wat water om die stront eruit te wassen – wat trek je een vies gezicht?’
‘Stront…? Bah.’
‘En ook zielig voor die schapen.’
‘Hoezo, opa?’
‘Die lopen nu ergens naakt in de wei met dit koude weer, zonder verwarming en trui. Jouw trui.’
‘Hoe laat komt papa mij halen? Ik wil naar huis.’


Haha.
Lousjekoesje. Haha, leuk dat je het leuk vindt.