‘Hè, hè. Daar zijn we dan. Ging nog best snel, vind je niet?’
‘Ja, het ging nog best snel.’
‘Het lijkt op thuiskomen, elk jaar weer.’
‘Ja, het lijkt op thuiskomen.’
‘We hadden natuurlijk een ander huisje kunnen nemen, maar ze zijn toch allemaal hetzelfde.’
‘Die dooie boom staat er nog steeds. We hadden ook ergens anders heen kunnen gaan.’
‘Waarom? Nu weten we wat we hebben.’
‘Waar mijn broer altijd heen gaat.’
‘Dat is ook een park.’
‘Een ander park.’
‘Leek me nogal saai.’
‘Wel goedkoper.’
‘Veel minder activiteiten.’
‘Daar doen wij toch nooit aan mee.’
‘Omdat jij dat niet wil – wat ga je doen?’
‘Een borreltje halen.’
‘Zo vroeg al?’
‘Waarom niet? Ik doe alsof ik thuis ben.’


Recente reacties