De nacht ruikt naar regen die nog niet gevallen is. Door het open raam blaast wind de geur van bladeren naar binnen, vochtig en oud. Ik lig wakker, niet van iets, maar van alles tegelijk.
Een tak schuurt traag tegen het dak, als een ademhaling van hout. In de verte blaft een hond, dan niets meer. Een duif probeert zijn stem, struikelt over stilte.
Ik sta op, zet koffie, kijk hoe damp uit de beker omhoog kringelt, traag als een gedachte die niet wil verdwijnen. Buiten lost het onzichtbare langzaam op, tot enkel licht overblijft. Ik neem mijn eerste slok, die als gewoonlijk te bitter smaakt.
Ergens, achter deze ochtend, wacht de volgende nacht. Een herfstnacht heb je nooit alleen.


@Arjan: wat schrijf jij toch prachtig en poëtisch, ik kan hem bijna voelen, je nacht.