Na elk rondje met de draaimolen zwaait ze. Hij pakt zijn zakdoek en wuift naar het liefste gezichtje dat hij kent. ‘Hou je goed vast,’ zegt hij. Als ze wacht op een schommel, jaagt hij met zijn donkere, indringende ogen een jongetje weg.
De openingsdans is voor de bruidegom. Maar als de muziek stopt wenkt ze hem met die lach. De tweede dans walst in de rondte, langs scholen, vakanties, sportclubs en uitgaansgelegenheden waar hij haar ophaalde en eindigt bij de wieg waarin zij lag en hij toen dacht waaraan hij niet wilde denken.
Hij laat haar los voor George. Een beste jongen, maar nooit goed genoeg.
Hij pakt zijn zakdoek – blijf met je poten van mijn kleine meisje af.


@Han. De titel vind ik het mooiste onderdeel van dit stukje, zowel qua ort(h)ografie als inhoudelijk.
Het kruis van elke vader met een (of meerdere) dochter(s).
Luc. Ongetwijfeld.