‘De vloer is nat, Alida!’
‘Hoe vind je mijn jurk, Vreeswijk?’
‘Van de kringloopwinkel?’
‘Hoe bedoel je dat?’
‘Je bent toch zo dol op vintage?’
‘Nee, nieuw. Maakt ie me niet…?’
‘Nee hoor, hij maakt je niet dik. Leuk die witte rand bij je steunkousen.’
‘Hoe weet je dat ik wilde vragen of die jurk mij dik maakt?’
‘Zo verlopen onze kringloopgesprekken altijd hè, Alida. Dan herhaal ik weer dat die jurk je niet dik maakt en vraag jij nogmaals…’
‘Wees eerlijk. Maakt ie me dik?’
‘Heb je de bon?’
‘Ja.’
‘Misschien hebben ze ‘m nog wel in jouw maat.’
‘Ga dweilen, zuurpruim.’
‘Noem mij maar een zuurpruim. Of een natte dweil. Een droge dweil heeft zijn werk niet gedaan.’


Recente reacties