‘Kom naar de Snelbinder op de laatste dag van de Vierdaagse.’
Eindelijk zouden ze elkaar dan zien. Ze hadden vanaf Hemelvaartsdag gechat en gemaild. Steeds kwam er iets tussen. Werk en familieomstandigheden.
Elise heeft speciaal iets gekocht, niet te netjes, ook niet te sportief. Ze is extra vroeg naar Nijmegen getogen. Zo tegen sluitingstijd loopt ze de fietsenwinkel binnen.
‘Ik heb een afspraak met Henk,’ zegt ze bij de balie.
‘Henk? Die kennen we hier niet, mevrouw!’
Teleurgesteld verlaat Elise de zaak. Waarom doet hij dit, denkt ze.
Zonder mee te doen aan de festiviteiten, keert ze huiswaarts.
Daar krijgt ze een appberichtje. ‘Waar blijf je nou?’
‘Ik was in de fietsenwinkel, jij niet.’
‘Nee, suffie, ik bedoel de brug!’

De brug is vastgemaakt aan de spoorbrug. Elke keer als er een trein overheen gaat, beweegt de brug mee. Als wandelaar heb je daar hinder van als fietser minder. Ik ben er diverse keren overheen gefietst. Leuke ervaring!
De fietswinkel was waarschijnlijk al failliet voordat je dit stuk schreef. Die heb ik namelijk niet kunnen vinden.
Hartje voor de originaliteit!
Ow ja. de spijlen van de brug vormen het woord WAAL. Naar de rivier die eronder stroomt.