Ik plaats de woorden zorgvuldig langs de vier zijden van het witte invulvak. Denk goed na wat ik de lezer wil meegeven. Een cadeau het liefst. Eentje dat niet meteen de container in gaat. Een cadeau met begrip, maar niet te veel.
Ik ga op zoek naar een gemene deler. Hoe ziet mijn lezer eruit, waar houdt hij van? Ik wil hem pleasen zoveel als ik kan. Lief, niet gemeen.
Het witte vak begint zich langs de randen al aardig te vullen. Ik richt me verder naar binnen en volg mijn weg richting het centrum, het hart. Een mooie dag wens ik mijn lezer toe. Zonder misselijk te worden van het gedraai van de telefoon. Carpe diem iedere dag opnieuw.

Mien, hartelijk dank!