Toen Emiel op maandagochtend wakker werd, zocht hij op de tast naar zijn bril op het nachtkastje; het nachtkastje naast zijn bed, zijn bed in de slaapkamer, de slaapkamer in het appartement, het appartement in de nieuwbouwwijk, de nieuwbouwwijk in de stad, de stad in de provincie, de provincie in het land, het land op het continent, het continent op aarde, de aarde in ons zonnestelsel, ons zonnestelsel in de Melkweg en de Melkweg in het universum.
Met een supertelescoop kun je Emiel door het immer uitdijend heelal zien zweven, naarstig op zoek naar zijn bril.
Het vervelende van dit alles is vooral dat hij niet is verschenen op zijn eerste werkdag als medewerker met (een) afstand tot de arbeidsmarkt.

Als hij terug is kun je hem waarschijnlijk meteen doorsturen naar de keel-neus-oorarts. Zo oud is ie dan waarschijnlijk … en stokdoof. Als ie nog terugkomt überhaupt.
Mooi verhaal. Doet me een beetje denken aan Biesheuvel. De schrijver, niet de politicus. Hermans zou het ook geschreven kunnen hebben. Mulisch niet. Hoewel de ontdekking van zijn hemel er dichtbij komt.
@Mien. Vergeet ook vooral Shakespeare, Cervantes en Homerus niet.
En ja, zijn eigen afstand tot de arbeidsmarkt wordt er zo niet minder op…
Mooi verhaal.