Antwerpen februari 2024. Freek ontvangt een brief. Alweer. Zenuwachtig wordt hij ervan. Hij vraagt Hubert wat hij moet doen. Maar Hubert ziet bepaald geen licht. De spanning is te snijden voor Freek. Zadelpijn krijgt hij van de brieven getekend door ene Stiller. Het niet weten schuurt. In gedachten zit Freek weer op zijn racefiets, als klein kind, veel te lang. Het zadel doet vreselijk pijn. Maar hij wil zo snel mogelijk naar mams het nieuws vertellen. Over de soldaat die uit het graf een hand naar hem toestak. Eng, doodeng. Toen het hoofd ook uit het zand stak was Freek er klaar mee. ‘Wie ben jij dat je mij zo laat schrikken, koekebakker!’
‘Ik? Ik ben Joachim, pipo, jouw zadelpijnstiller!

Recente reacties