Achter het boek Noodlot van Louis Couperus staat een houten kistje uit mijn ooms xylotheek, van kwetsbaar waaibomenhout. Gesloten als zijn oorlogsverleden. Tot vandaag, bij het afstoffen valt het op de grond open. ‘Je tante!’ staat er op een briefje – humor had ie zeker. Toch bel ik haar, achternaam Kuperus…
‘Hij zat in het verzet. Gedeporteerd naar diverse kampen. Aus der Fünten had hem ter dood veroordeeld,’ zegt mijn tante. ‘Bevrijd door de Russen. Ik zie nog het grote rode kruis op de ziekenauto, en de man die ze hielpen uitstappen.’
Ik spreek de volgende dag met haar af – bestaat toeval? Op het perron staat Kees van Kooten, bij een Duitse trein. ‘Wo ist der Bahnhof?’ vraag ik hem bijna.


Grotendeels non-fictie.
Goed gevonden dat waaibomenhout.
Levja. Dank je. Deze week had ik weer contact met mijn tante, 90 jaar en zo helder als glas. Ze vertelde mij een verschrikkelijk verhaal over mijn oom die in het verzet had gezeten. De dag ervoor zag ik Kees van Kooten op het perron. Toeval?
Han, zeggen ze niet dat toeval niet bestaat. Bijzonder is het wel.
Ik wist niet zeker of je Kees van Kooten echt had gezien.
Levja. Ja, oud geworden, evenals Barbara.
Han, tachtig is ook best een leeftijd.
Levja, bijna 81.
Hahaha ‘Do is der Bahnhoff’ – Een geweldige gebroeders Temmes-sketch van Van Kooten en De Bie.
H2OWritez. Naast vele andere sketches onvergetelijk.