‘U hoeft niet zo obstinaat te doen, u liep door rood.’
‘Het was groen, agent.’
‘Meneer, u bent stekeblind. Dat kunt u toch niet zien?’
‘Ik ben helderziend. Ik zag het licht op groen springen. Dat krijg ik door van gene zijde.’
‘Daar was u bijna als die auto niet had geremd.’
‘Weldra springt het weer op rood, krijg ik door.’
‘Dat ziet een blinde. Daar hoef je niet helderziend voor te zijn! U krijgt een bekeuring. En ruim die drol van uw hond op.’
‘Dat zal niet gaan, dat zult u zelf moeten doen.’
‘Ja, zeg…’
‘Die drol zie ik niet en ik ben niet helderruikend – ik krijg weer wat door…’
‘Wat nou weer?’
‘Kijk ‘ns onder uw schoen.’


Het lijkt best een simpel stuk, maar het zit goed in elkaar. Knap. Grt.
Luc, hartelijk dank!
Ik sluit me bij Luc aan. Ook de titel is goed gekozen.
Levja, ik dank je hartelijk!
Haha!