Vader reed in de zomervakantie zich het heen en weer van Amsterdam naar de camping in Bakkum waar moeder de vrouw en de koters verbleven. Weg uit de rumoerige benauwde stad.
In het voorjaar verdrongen geïndividualiseerde stadsmensen zich om een goed plekje te bemachtigen. Vader verbleef er twee weken achtereen in zijn vakantie. De DAF naast de tent of de Opel Kadett naast het huisje.
‘Ga toch lekker buiten wonen. Met het autotootje naar het werk,’ kraste de rooie Uyl vanuit zijn met voorkennis verkregen bungalow in Buitenveldert. Dat had hij niet van files. De eveneens rooie Kok deed een kwartje op de benzineprijs: ‘Dat krijgen jullie later terug, hoor.’
Lelystad en Almere werden het ‘platteland’ van de Amsterdamse suburbanisatie.


Hoewel ik je bedoeling begrijp, is het voor mij te veel informatie in weinig woorden, waardoor het voor mij te onoverzichtelijk wordt.
Levja. Als jij dat vindt. Dank voor je reactie.