Terwijl de koning zijn kennis van de relativiteitstheorie spuide, dacht de nar terug aan de mooie tijd dat hij en zijn vorst en vriend uren discussieerden over “de relevante vragen des levens”.
Vooral over het nut van geld en religie was al menig uurtje gebakkeleid.
Ineens schoot de nar een uitspraak van de koning te binnen en nadat deze zijn verhandeling over tijd en ruimte had beëindigd zei de nar: ‘Sire, uw woorden deden mij denken aan een van onze nachtelijke gesprekken over de ons zo geliefde bespreekonderwerpen, waarbij u eens de volgende uitspraak deed: “liever een panacee voor het volk dan de risee van de schepping”; staat u daar nog steeds achter?’
De koning lachte en zei: ‘Absoluut … niet!’

De schrijver, de leeftijd en de wijze woorden. Grt.
Ik vind het vooral een mooie vorm van schrijven.
De truc is dus om met ’terwijl’ te beginnen. Dan kun je allerlei gedachten beschrijven en je eindigt met een rake opmerking in het nu.
Mooi stukje, personages blijven boeien.
Dank Luc, Lousjekoesje en Hekate, voor jullie waarderende respons.
Mooi stukje weer, Willem.
kennis over de relativiteitstheorie – kennis van de relativiteitstheorie
Kennis over is meer in algemene zin, bijvoorbeeld: kennis over coronaverspreiding.
dacht de nar terug aan de mooie tijd dat hij en zijn vorst en vriend vroeger uren discussieerden over “de vragen des levens”. – vroeger is hier overbodig; terugdenken aan een tijd impliceert al vroeger.
Dank je Han, ook voor je correcties.