De nar, die nooit ver van de koning verwijderd was, hoorde de zijn vorst en broodheer weer eens ‘crisis’ roepen, zette zijn kap met de belletjes op en liep bedaard – per slot van rekening was hij al op leeftijd – naar de koning.
‘Wat kan ik voor u betekenen? Iets met taal of iets met rekenen?’, riep hij de vorst toe zodra hij binnen zijn gezichtsveld was.
‘Ach, houd toch eens op met dat rare gerijm van je! Ik heb je raad nodig inzake een netelige kwestie: de beschermde teelt van zomerkoninkjes!’
De nar proestte het uit. ‘Hoor ik het goed? Aardbeien?’
‘Men houdt zich niet aan mijn teeltverbod!’
‘Ik regel bij Mozes wel een sprinkhanenplaag.’
‘Wat moest ik zonder je.’

Recente reacties