“Kom, ga zitten en geef mee een bier
Dan vertel ik u van mijn leven als avonturier!
Mijn onbreekbaar schild heb ik gemaakt
Van de schub van een drakenstaart
Die stierf toen ik hem precies goed had geraakt
Met mijn magisch elvenzwaard.
Ik redde de prinses van de achtarmige kraken,
En mocht als beloning in haar armen ontwaken.
De prins, onbeschrijflijk blij met een zoon,
Hij weet het niet maar straks zit mijn jong op de troon.
Schep eens op, schenk nog eens in,
Dan zing ik over de zeemeermin
In wier ogen ik bijna verdronk
Toen mijn piratenschip in een orkaan zonk.”
Een goedkeurend knikje van de herbergier
Zijn dochter zegt: “Ik toon u uw slaapplaats, kom maar hier.”

Recente reacties