‘Er ligt tegenwoordig geen hondenstront meer onder, Vreeswijk.’
‘Kijk toch maar uit waar je loopt, nicht Alida.’
De heer Vreeswijk wordt er bijkans depressief van. De bomen die maar ongegeneerd hun bladeren op straat lozen, en de bladblazers die met de nodige herrie de bladeren precies in je broekspijpen blazen; dat doen ze expres. Beleven ze nog plezier ook aan hun taakstraf.
‘Vreeswijk… Help!’
‘Wat doe je op de grond, Alida?’
‘Wat denk je?’
‘Haha, wat een prachtige spagaat. Daar geeft zelfs een Russisch jurylid een 10 voor!’
‘Help me liever overeind, Vreeswijk! Ik ben uitgescheurd.’
‘Een spier?’
‘Nee, poes hangt uit het raam. Begrijp je me nu?’
‘Haha! Hè, humor doet de mens goed in de herfst, nicht Alida.’


Recente reacties