Onze Belialskinderen* maken er weer een potje van. Razend word ik er door. Dat effect hebben demagogische leugens altijd weer op mij. Veel meer dan de trieste feiten zelf. Het waren mensen die deze nacht op straat sliepen. Geen monsters zoals het kale opper-gedrocht ons wou laten geloven.
Ik weet dat ik nu in de fase ben waarin ik als een messenvliedende cactus functioneer. Hard rennen zou mijn woede kunnen verlichten.
Maar het kan niet, de buikwonde is te vers, ik moet me nog zeker minstens vier weken zeer kalm houden. Geen seks ook uiteraard.
Dus, ik speel piano, timmer er op los. Wees trots op mij. Want ik doe heel hard mijn best om mijn opkomende gekte te bezweren.


(*Duivelse wetstraat-parasiet-achtige wezens, die zich voordoen als menselijke regeringsleiders.)
Goed geschreven, was het maar pure fictie.
je boosheid spat er van af, ik kan alleen de tekst niet helemaal plaatsen