Als u goed oplet dames, heren, en u heeft een tuin, dan kunt u hem gewaarworden. Meestal tijdens ochtendgloren of avondschemering. Hij draagt, en dat doet ie niet altijd, alleen vlak voor pasen, een doos op zijn rug.
Een doos ja, geen mand. Kijk, het zit namelijk zo. Manden zijn voor watjes. En ik mag hopen dat u geen watjessoort in uw tuin hebt. Daar komt u namelijk niet snel meer vanaf. Ze dralen en dralen en weten nooit goed wat ze moeten doen in uw tuin.
Nee, veel beter kunt u een echte stoere haas hebben. Die uw tuin tot in de kleinste hoekjes kent. Waarom? Om zijn haaseieren goed te verstoppen natuurlijk. Anders volgend jaar geen nieuwe paashaas.

Toen ik nog een tuin had, kwam daar een haas met een mijtertje en een staf en hij reed op een klein wit paardje. Hij verstopte … juist, Klaaseieren.
Nou, in Sinterklaas wilde ik nog wel graag geloven. Wellicht vanwege de cadeautjes? De paashaas is altijd een ‘vreemdeling’ voor mij gebleven. Oeps, misschien mag ik dit ook niet meer zo schrijven?
Mien mag ik een haasomelet van je? Met paaskaas erover?