Mama is weg. De keuken ruikt naar de wijn die ik heb doorgespoeld. Zeven flessen. De draaidoppen heb ik midden op tafel gezet.
Ik heb zelf gekookt. Mama had de pannen met sperziebonen en aardappels al op het fornuis gezet. Alleen het vuur ontsteken, tijd bijhouden en voorzichtig afgieten. Vissticks heb ik vaker gebakken.
‘Dat kan je zelf wel. Kleed de tafel maar mooi aan.
Dag jongen.’
De appelmoes doe ik in een soepkom.
Voorzichtig giet ik jenever in de dopjes. Met de gasaansteker steek ik de alcohol aan. De fles verstop ik in een la.
Als papa thuiskomt zullen we samen eten. Misschien wordt hij boos, maar hij zal niet slaan, dat doet hij alleen als hij gedronken heeft.


@Hadeke: en dat bedenk je op deze zonovergoten dag?
Die had ik niet zien aankomen.
Knap!
hadeke een geweldig verhaal. een leven in 120 woorden. razend knap!