‘Je bent mijn huiskruisje,’ fluisterde hij in haar oor waarna hij speels zijn dorstige vingers over haar kittelbloem liet tokkelen.
Xantippe fulmineerde. ‘Hoezo huiskruisje? Welke andere kruizen heb jij nog onder handen?’ Zijn antwoord dat hij zijn levenskruis bestudeerde, vond zij te bijdehand. Te gortig.
Zij ontstak in toorn en riste de boeken die zijn discipel had meegebracht van tafel, smeet ze op de grond en betrad ze met haar voeten.
‘Weet je,’ zei hij lijzig, ‘dat je xantippiseert?’
‘What the fuck,’ kreet zij, ‘betekent dat werkwoord?’
‘Dat jij mij nuttig bent, dat ik mijn geduld op je kan uitoefenen.’
‘Ik heb je drie zonen gebaard, Socrates, ga als de sodemieter elders kruisbestuiven en kom terug met een zak zilverlingen.’

Mili. Heerlijk stuk: het spelen met het woord kruis, de beelden. Heb je bewust het plechtige taalgebruik afgewisseld met de straattaal (What the fuck en sodemieter op)?
De eerste alinea is een juweeltje.
Prachtige openingszin.
Mili, ik sluit mij bij Nel en Levja aan.
Prachtig!
Mili, fantastisch en heerlijk gelachen om je woordspelingen. Voor jou in alle duidelijkheid: je laatste alinea
@Nel, ja, dat is bewust gedaan. Ben van het choquerende genre. 😉 De eerste alinea heeft inderdaad wel wat.
@Levja, merci en ook @Ewald. En natuurlijk @Marlies.
@Marie, de laatste alinea is ook bijdehand. Fijn dat je hebt gelachen.
Dank voor jullie reacties.
Grappig dat je ‘what the fuck’ gebruikt. Mooi contrast met ‘en betrad ze met haar voeten’ wat heerlijk ouderwets aandoet.
goede dialoog met klassiek en eigentijds taalgebruik
@nyceway @José, hartelijk dank voor de reacties.