Ik dwaalde door het eindeloze woud, toen ik een lieflijk geluid hoorde. Het bleken zingende vissen te zijn, hun gezang klonk als dat van een jongenskoor. Ik ging zitten en sloot mijn ogen.
Het werd dag, het werd nacht; de vissen zongen.
Het werd zomer, het werd winter; de vissen zongen.
Moeders baarden kinderen, ouden van dagen gingen dood; de vissen zongen.
Rijken kwamen op, rijken gingen ten onder; de vissen zongen.
Sterren werden geboren, sterren doofden uit; de vissen zongen.
De vissen klonken nu als een mannenkoor. Ik deed mijn ogen open, stond op, en applaudisseerde. De vissen stopten met zingen. “Hij vindt het mooi,” hoorde ik ze zeggen, en “we hebben niet voor niets geleefd.” Toen verdwenen ze.

~prachtig ~
Bijzonder!
Een juweeltje!
<3
Droomland. Prachtig.
Geweldig mooi sprookje! <3
@Levja, @Ewald, @Nel, @Alice, @Marlies: dank jullie wel.
Eerst was er dat surrealistische beeld in mijn hoofd. En nadat ik er iets tijdloos aan toegevoegd had en er een vleugje voorbestemdheid bijgeslopen was, heb ik het maar opgeschreven.