Schrijf mee!
« »

Fictie

De vissen

13 juni 2016 | 120w | Gijs Smit | 5 |

Ik dwaalde door het eindeloze woud, toen ik een lieflijk geluid hoorde. Het bleken zingende vissen te zijn, hun gezang klonk als dat van een jongenskoor. Ik ging zitten en sloot mijn ogen.
Het werd dag, het werd nacht; de vissen zongen.
Het werd zomer, het werd winter; de vissen zongen.
Moeders baarden kinderen, ouden van dagen gingen dood; de vissen zongen.
Rijken kwamen op, rijken gingen ten onder; de vissen zongen.
Sterren werden geboren, sterren doofden uit; de vissen zongen.
De vissen klonken nu als een mannenkoor. Ik deed mijn ogen open, stond op, en applaudisseerde. De vissen stopten met zingen. “Hij vindt het mooi,” hoorde ik ze zeggen, en “we hebben niet voor niets geleefd.” Toen verdwenen ze.

Waarderen en delen

Waardeer je dit stukje van Gijs Smit of juist niet? Geef hieronder een en/of deel het met anderen!

soortgelijke stukjes

6 reacties

Reageren

120
Wees geen muurbloem, laat je mening achter!
Houd het netjes. Je hebt 120 woorden. Huisregels.

Heb je dit stukje ook al gewaardeerd?

Geen zin om de volgende som op te lossen? Log dan in! * De CAPTCHA-code is verlopen, probeer opnieuw.


« »