‘Wij speelden vroeger na school altijd buiten.’
‘Stil nou, opa, ik zit net in level 2.’
‘We belden bij kinderen uit onze straat aan; afhalen, heette dat.’
‘Hè opa, stil nou. Bijna level 3!’
‘Wij schoten met de bal tegen een boom. Die was het doel. Moeilijk hoor.
Als de straatlantaarns brandden, moest ik naar binnen.’
‘Opa… Stil nou!’
‘En ’s zomers na het eten naar buiten was een feest. We deden dan Bok-Bok-Berry: één jongen stond met zijn rug tegen de muur, de volgende legde zijn hoofd in zijn armen en de rest sloot gebogen aan. De tegenpartij moest ze omver springen.’
‘Berry..? Klinkt als een ziekte opa. Wat is daar nou aan?’
‘Tja… wat is daar nou aan…’


Broeder Maas,
Die goede ouwe tijd die zijn we jaren kwijt.
De generatiekloof goed weergegeven.
Ja, bokje springen of haasje-over. Ik zie het me zo weer doen. In gedachten dan, hoor.
@VmetdeVork. En die komt nooit meer terug!
@Hekate. Dank je!
En handstand tegen de muur of elastieken op het schoolplein. Tja, wat is daar nou aan. Mooi beschreven Han.
Karin, hartelijke dank. Ja, inderdaad… wat was dat leuk! Wij waren altijd bezig.
Han, goed weergegeven, deze generatiekloof in het digitale tijdperk.
<3
Dank je Nel.
Goed de generatiekloof weergegeven. Maar ik moet zeggen dat ik de uitleg van Bok-Bok-Berry niet kan volgen.
Inge, gebogen vormden kinderen haaks op de muur een rij. Andere kinderen, de tegenpartij, moesten dan dat muurtje omverspringen.