‘Toe nou, Freek, ga eens op vier poten zitten.’
‘Ik zit lekker zo.’
‘Pas nou maar op, je valt straks nog.‘
‘Nee hoor, ik zit prima zo.’
‘Moet je nou altijd zo moeilijk doen als we aan tafel zitten?’
‘Alleen als jij begint met moeilijk doen.’
‘Ik ben die eeuwige grote mond van je echt wel heel erg zat. Ga nou eens gewoon zitten, zodat we aan de maaltijd kunnen beginnen. Zie je wel, je kunt het best.’
‘Ja hoor, heel knap van mij, een applausje waard. Wat eten we eigenlijk?’
‘Gebakken aardappels met boontjes en kippenpoten.’
‘Vier, neem ik aan?’
‘Wat, vier?’
‘Vier boontjes. Wat denk je zelf, vier kippenpoten natuurlijk.’
‘Dat dacht ik niet.’
‘Maar anders valt hij.’

Recente reacties