“Met Maaike Zwart.”
“Een hele goede middag, spreek ik met mevrouw M. Zwart?”
“Daar spreekt u mee, met wie spreek Ãk eigenlijk?”
“Hebt u een momentje voor me, ik bel namens …”
“Nee.”
“Ik bel u om …”
“U hoort me toch?”
“Ik …”
“NEE, NEE en nog eens NEE! Ik kóóp geen mosterd via de telefoon. Ik houd van dúre stroom. Ik wil géén gratis telefoon. Ik lees ALLE kranten al. En NEE, geen uitvaartpolis. Ik heb mijn begrafenis al geregeld en ik ga nog lang niet dood.
“Maar …”
“En als u me een gratis schoonheidsbehandeling wilt aansmeren, die heb Ãk helemaal niet nodig.”
“Mevrouw Zwart, u bent winnaar van de Bankgiroloterij.”
“Mijnheer, ik wÃl niet winnen. Nú niet en nóóit niet.”


Toe maar, Nel. Mosterdboekje én mosterdpakket. Om een afgezaagd, maar nu zeker passend cliché te gebruiken, jij wist waar Abr… 😉
Goed stukje.
Er staat een nietje teveel in.
Scherp opgemerkt Lousjekoesje! Aangepast.