Vrolijk fluitend draai ik de voordeur los. Ik trek de krant uit de brievenbus, schop mijn knellende schoenen uit en voel dat er iets niet klopt.
Het is hier te stil.
‘Dag schat,’ roep ik iets luider als anders. ‘Ik ben het.’
Alleen het trage tikken van de klok in de hal.
Of hoor ik haar nu zachtjes jammeren? Mijn lieve onhandige schat. Wat is er nu weer mis gegaan?
Op mijn sokken snel ik door het huis. Ja, daar zit ze, in de keuken op de vloer. Snikkend en met schuldbewuste blik. Aan haar voeten de stille getuigen: een pan, een deksel en een kwak aardappels in een plas water. In haar handen een raffia onderzetter en een ovenwant.


@Harrij, een kwak aardappels bevalt mij wel. En ook de liefde die uit je tekst spreekt.
Dank je, Mili – voor mij ben je een fijnproever voor aardappels en liefde 🙂 Met dank voor jouw (?) hartje.
Zo lief. Een hartje waard!
@Harrij, uiteraard gaf ik jou mijn hartje. De door jou beschreven man zou in het oneindige gekloond moeten worden. Hoewel, je kunt je schoenen aanhouden. 🙂
Oei Mini, opeens ga ik weer blozen – daar hoef je blijkbaar geen schoenen voor uit te doen. 🙂
Dank je, Connie, voor je compliment in vijf woorden.
Doe mij ook zo’n lieve man.
Piepers jassen, wie is er niet groot mee geworden?
Dank je, Lousjekoesje, ik zal het hem doorgeven. Ben je wel een beetje handig in het huishouden?
Ik hoop er zelfs oud mee te worden, Chris, want piepers jassen is nog altijd een van mijn vaste taken in de keuken.
Nee, daarom juist.
Ik doe je bij deze ook zo’n man, want je hebt dat dus hard nodig. 🙂
Mooi en ook met een vleugje humor beschreven. <3
Dank je, Hay – een vleugje humor houdt de liefde levend.
Dank je, Harrij. En je opmerking van 14:09 is helemaal waar.
Mooi Harrij!
Dank je, Bart.
Heerlijk verhaal! <3
Dank je wel, Nel.