Carnaval is niet mijn sport, maar in bijvoorbeeld Meerssen is het nogal populair.
In een dronken, aangeschoten en/of overmoedige bui steek iemand zijn tong de mond van een een argeloze dames-collega: ‘Bah! Smerig!’
Die iemand is de wethouder Jo Dejong: ‘Schande! Viespeuk! We willen niets meer met je te maken hebben!’
Met gebogen schouders loopt de ex-wethouder door de straat. Excuses mochten niet meer baten. Een snotaap roept op straat: ‘Jodejong!’ Jo Dejong krimpt in elkaar. Werd hij vroeger ook al mee gepest.
Jo Dejong heeft er een eind aan gemaakt. Ik vorm een beeld van de laatste weken van zijn leven. Ik denk dan aan hoon en uitsluiting: en dat kan erger zijn dan een tong in iemands mond.


Over de tong gaan met een trieste afloop.