Echtgenoot, die veel van vogels houdt, zei eens: ‘Ik zou graag een papegaai willen hebben.’
Waarom, vroegen wij.
‘Ik zou hem leren vloeken en schunnige praat verkopen, en dan je moeder op visite vragen.’
We schoten in de lach.
Moe was een vrouw met een overfatsoenlijk taalgebruik, een vrouw van vroeger maar dan ’n beetje ouderwetser.
‘Een liederlijke papegaai,’ stelden we ons voor ‘dat zou fantastisch zijn…’
Het kwam er nooit van.
Maar het kan verkeren.
Van de week werd een soort optrekapparaat bij het bed geplaatst, ook wel papegaai genoemd.
Hoorde ik hem aan de telefoon vertellen: nu heb ik eindelijk een papegaai en nou zegt ‘ie niks.


Recente reacties