Er zal getsjirp zijn van wondermooie vogels. Er zal typisch gekrakeel zijn van onderling verwisselbare mensen en roofdieren. Ook ik maak die geluiden. Ondanks het feit dat ik niet over een degelijke stem beschik om mee te zingen, tsjirp ik enkele liedjes elke keer wanneer ik met mijn vriendin op familie- en vriendenbezoek ga. De conversatie blijft vaak beperkt, het zingen gaat altijd door. Zacht of oorverdovend doet er niet toe. Hetgeen oorverdovend gezongen wordt gaat verloren in de heksenketel van het lawaai; hetgeen gefluisterd wordt verdwijnt onopgemerkt in de maalstroom van gemurmel. Het gemurmel is als verstuivend water waarvan je nat wordt zonder te beseffen waar het vandaan komt. Ik zal nooit helemaal rust vinden en nimmer stilte veroorzaken.

Recente reacties