‘Het onweert..’ kwam ik binnenvliegen.
Echtgenoot keek op; ‘het is nog ver.’
‘Weet ik wel, maar het is evengoed èng.’
‘Och.’
‘Wat dondert het,’ probeerde hij maar ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik naar boven, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die onweersbuien met zich meebrengen.
Rrrrrrommmm, dreigde het en ik rende weer naar beneden.
Naar de serre dan maar want stil blijven zitten is niet weggelegd voor een astrafoob.
Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door een keiharde knal met flits trilden mijn handen en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn superman.
Nou ja, bijna dan.


Ik zou voortaan iets meer op de interpunctie letten.
Och…