‘Weet u wat het is, meneer, een vrouw was een vrouw, een man een man.
Als er kermis was, werd er echt wel in een paar billen geknepen. Je kreeg een knal voor je harses of verkering. En veel jongens woonden binnen negen maanden driehoog-achter bij hun schoonouders in als ze het ‘pretpark’ hadden bezocht en raker hadden geschoten dan in de schiettent. Begrijpt u?
Een kind had een vader die werkte en een moeder die het huishouden deed. Een bakfiets werd door de bakker gebruikt.’
‘Heeft u zelf kinderen?’
‘Nee, bij ons waren het losse flodders. Maar geen gedoe met behandelingen of adoptie. Schei uit. We hebben altijd honden gehad. Ook leuk.
Theo, mag ik nog een keer hetzelfde?’


Knap hoe je een personage schept door de manier van praten.
@Inge Hulsker. Dank je. Leuk dat je het ‘hoort’.