‘Wat zeur je nou? Dan maak je toch een autootje van klei.’
‘Dat is niet echt. Ik wil een echt autootje.’
‘Wij hadden vroeger geen sinterklaasloterij. Ik kreeg een steenkool in zilverpapier in mijn schoen als ik stout was.’
‘Komt Sinterklaas ook bij ons? Dan vraag ik een autootje.’
‘Ja hoor, ik zal het aan de voedselbank vragen. Daar heb ik toch geen geld voor!’
‘Maar Sinterklaas wel!’
‘Doe niet zo onnozel. Sinterklaas bestaat niet.
O ja, ga janken. Heb je weer een pepernoot in je oog? Is ook je eigen schuld, moet je maar opletten, sufferd. Je bent net zo’n slappeling als je vader. Vraag een autootje aan hem. En zeg hem dat hij mij ook nog moet betalen.’


Recente reacties