Jantje steekt zijn zusje aan. Met lucifers. Zo’n hekel heeft ie aan het serpent. Nu ziet ie haar branden. Ze gaat regerecht naar de hel. Had ze maar niet zijn knikkers moeten stelen. Wie doet dat nu. Voor Jantje staat daar de hoogste straf op. Wat een misdaad.
Zijn ouders zijn het er niet mee eens. Ze komen net op tijd bij de kleine vuurstapel. Zusje wordt bevrijd. Ze heeft de schrik goed te pakken. Maar ergens heeft ze het hart op de juiste plek. Ze loopt op Jantje af en geeft hem een flinke kus. Een natte pakkerd op zijn linkerwang.
Jantje schiet wakker, badend in zweet. Gelukkig is het maar een boze droom. Knikkers rollen uit zijn hand.

regelrecht
Wie doet dat nu?
De ‘eenvoudige’ bijna kinderlijke verteltrant werkt hier goed voor het dramatisch effect. Sterk.
Hoewel heftig, vind ik eindigen uit dromen zelf wat minder. (De rollende knikkers vind ik dan weer wel sterk.)
@Mien: indringend. Wie dat doet? Pyromanen doen dat. Vreselijk dat die echt bestaan.
@Mien. Mooi Mien! Van luguber naar lief.
gelukkig, de knikkers zijn gered
Leuk stukje, maar ik zou nog willen lezen dat de liefde toch wel wederzijds is, dat zou het helemaal af maken.
In dit geval ben ik vurig blij dat dromen bedrog zijn. Jantje heeft gelukkig zijn zusje én de knikkers nog.
Dank voor jullie reacties en feedback.
Super slotzin. Helemaal een vurig stukje.
Ik vind het wel een sterk stukje door de twist aan het einde. Misschien dat gelukkig was het maar een boze droom iets verpakter weergeven.