In juni 1977 zag ik hem optreden tijdens het Poetry International Festival in Rotterdam, dat toen nog in de Doelen plaatsvond. Hij had een zachte bedeesde stem en een donkere uitstraling. Jotie T’Hooft was een jonge Vlaamse dichter die schreef over zijn verslaving aan drugs. Die begon al op zijn veertiende jaar.
Hij had al enkele bundels gepubliceerd en werd als veelbelovend beschouwd.
Mijn eeuwenoud, mijn levenslang junkieverdriet. Zo begon een van de gedichten die hij voorlas. Ik voelde dat hij wankelde tussen licht en duister.
Een maand of vier later las ik in de Haagse Post dat hij was overleden. In oktober 1977 had hij op zijn 21e een einde aan zijn leven gemaakt.
Zijn gedichten zijn sterren geworden.


Triest, maar hoe mooi geschreven José
Mooi geschreven, José. In de voorlaatste zin mis ik het woordje ‘op’ voor ‘zijn 21e’.
Naar, helaas waar.Ik kende deze dichter niet.Je hebt me laten kennismaken met Jotie: de korte ontmoeting.Mooi
dank voor jullie reacties; Ewald, ik heb het foutje gecorrigeerd.
Joti, ja die schreef mooie en bijzondere gedichten.
Dit vond ik een rare zin in jouw stukje:
Zo begon een van de gedichten die hij las.
Kan natuurlijk dichterlijke vrijheid zijn. 😉
Mooi stukje, José. Tragisch “wankelend tussen licht en duister”, deze dichter.
Bijzonder dat je bij zijn optreden aanwezig was.
@José. een mooie beschrijving maakt triest wat minder triest.
Een verhaal dat aanzet om op zoek naar zijn gedichten te gaan. Mooi.
(Maar ik ontdekte wel dat zijn naam Jotie T’Hooft is. 😉 )
dank voor jullie opmerkingen. Op Youtube is wel het een en ander te vinden over Jotie T’Hooft. Op de website met het archief van Poetry International kwam ik hem niet tegen.