Ik zag mijn hoogbejaarde overbuurvrouw naar buiten stappen op een steenkoude winternamiddag. Het zou gaan stormen, dus ik hield mijn hart vast. De sneeuw was net begonnen te vallen en de schemering veranderde in een kille duisternis. Zou ze het redden? Deze kou, op haar leeftijd, hoe kon dat goed gaan? Elk kwartier controleerde ik of het licht achter haar raampje al brandde, met het voornemen om haar te zoeken. Moest ik de hulpdiensten alvast bellen? De wind huilde, ik hield het niet langer uit. Met mijn telefoon aan mijn oor keek ik voor de laatste keer naar buiten.
Daar was ze, in de deuropening, inclusief twee reusachtige, gevulde boodschappentassen. Ze zag me kijken, knipoogde en glipte snel naar binnen.

Prachtig mens je overbuurvrouw, zo wil ik later ook worden!
Mooi beschreven ik zie haar zo gaan.
Beeldend
Verfrissend stukje, zeker nu het zo heet is hartje september. Intiem en lief ook. Ik zou wel de volgende zin even aanpassen, want die klopt niet.
‘De sneeuw was net begonnen te vallen en de schemering veranderde in een kille duisternis.’
Voorstel tot verbetering:
‘Grote sneeuwvlokken vielen al uit de hemel en de schemering veranderde in een kille duisternis.’
Met Mien eens. Ik hikte ook tegen die zin aan.
Dank, ik zal het op mijn site aanpassen! (Weet niet of het hier ook kan?)
En neem eens een kijkje op de Vruchtkamer zou ik zeggen 🙂
Groet
W.M.
Mooi sfeerplaatje, Walter.