Ik zit strak vastgebonden aan een stoel. Drie mannen en een vrouw lossen elkaar elk half uur af. Inmiddels hebben ze met een stalen pijp praktisch al mijn ribben gebroken, maar ik weiger mijn handtekening te zetten.
Hoeveel pijn kan een mens verdragen? Ik probeer te overleven, door te denken aan de enorme, bladerrijke en wijze vijgenboom die vroeger voor het huis van mijn grootouders groeide. Maar mijn gedachten klotsen in mijn schedel als de vloedgolven aan de Roze Granietkust van Bretagne.
Deze lieden met het gevoelsleven van doorgewinterde pornoacteurs zullen pas stoppen als mijn handtekening zwart op wit staat. Maar tussen acute pijnscheuten door meen ik reeds de nevelige overkant van de Styx te onderscheiden. De verlossing is nabij.

Volhouden!